|
De
alvleesklier en voeding
Pancreas is een
moeilijke naam voor alvleesklier. Dit orgaan, dat net achter de maag aan
de darm vastzit, zorgt voor een aantal belangrijke dingen:
- Afscheiding
van enzymen die helpen de darminhoud te verteren.
Voor zetmeel is dat amylase, voor
vet lipase en voor
eiwitten trypsine bijvoorbeeld.
Bij het passeren van de voedselbrok worden deze enzymen in de
twaalfvingerige darm uitgescheiden en breken dus de
voedselbestanddelen af, zodat verder in de darm de verkleinde
stukjes voedsel
in het bloed opgenomen kunnen worden. Deze functie wordt met een
moeilijk woord de exocriene werking genoemd. Als
deze functie niet of sterk verminderd, dan wordt dit Exocriene
Pancreas Insufficiëntie
genoemd, oftewel EPI.
Waardoor
wordt EPI veroorzaakt?
De
gevestigde mening is dat dit aangeboren is of dat het op latere leeftijd
ontstaat door een ontsteking van de alvleesklier.
Wij, echter, geloven
dat EPI ontstaat door droogvoer,
omdat na overschakeling richting vers voer de overgrote meerderheid van
de (chronische) problemen verdwijnt, als sneeuw voor zon.
In droogvoer zitten geen enzymen die de alvleesklier helpen om het
eten te verteren. Zo ook zijn gunstige micro-organismen afwezig, die de
alvleesklier de helpende hand bieden. Droog voer is, zeg maar, dood
voer. Ook zitten in droogvoer bewerkte voedingsstoffen, die sowieso
veel moeilijker te verteren zijn. Hierdoor raakt de alvleesklier
uitgeput. Hij kan zijn werk niet meer aan en raakt overspannen.
Bovendien kan hij zelf aangevallen worden door de overmaat van ranzige
vetten die in droogvoer aanwezig zijn, waardoor een ontsteking van de
alvleesklier ontstaat, een zogenaamde pancreatitis.
Wat
zijn de gevolgen van EPI voor het lichaam?
Het
eten wordt niet verteerd:
1. uw
hond is vreselijk hongerig
en gaat van alles eten (inclusief poep)
2. er
wordt geen voedsel opgenomen, uw hond wordt mager
3.
er blijft veel onverteerd voedsel in de darm achter, die
zichtbaar wordt als grote hopen stopverfachtige ontlasting |
Wat
is dan onze ervaring bij EPI?
Vers voer met alvleesklier lijdt snel tot herstel. De ontlasting wordt
vaster, donkerder en minder veel. De conditie herstelt zich en de
abnormale eetlust normaliseert.
Alvleesklier voeren
bij EPI kan aangeduid worden als ‘orgaantherapie’. Je geeft dus het
orgaan wat niet functioneert als voeding aan uw hond. Bij een
leverprobleem geef je lever en bij een schildklier probleem schildklier
bijvoorbeeld.
Het idee van
orgaantherapie is niet nieuw. In het begin van de vorige eeuw kregen
Frederick G. Banting en Charles Best zelfs een Nobelprijs voor hun werk
over de effecten van orale pancreas consumptie en het effect op
suikerziekte, maar daarover straks meer.
Carnibest heeft in
samenwerking met ondergetekende een speciale voeding ontwikkeld voor
honden met EPI. Carnibest Natuurvoer Pancreas genaamd. Deze voeding
bevat verse runderalvleesklier en een aangepast vetgehalte. De
resultaten met deze voeding zijn uitermate goed te noemen. De ontlasting
is binnen no time stevig en donker en de geteste honden bleken geen
pancreaspoeder meer nodig te hebben.
De elegantie van de oplossing zit ‘m in de eenvoud. Door het invriezen
zijn de enzymen niet doodgegaan, maar ze zijn inactief geworden, zeg
maar, gaan slapen.
Bij het ontdooien
worden ze actief en bij 30 °C werken op topniveau. Hier zit ook een
advies voor het toedienen: de maaltijd in een boterhamzakje stoppen en
deze even in warm water dompelen.
De alvleesklier
krijgt assistentie, plus hij hoeft niet zo hard te werken omdat vers
voer zelf al makkelijk verteerbaar is. Door deze ‘rust’ wordt ruimte
geschapen voor zelfherstel, zodat de alvleesklier op den duur zelf weer
enzymen gaat produceren.
We hebben dramatische
verbeteringen gezien met het voeren van alvleesklier-honden
met EPI.
We zetten
alvleesklier niet alleen in bij EPI, maar ook bij tal van andere
verteringsproblemen en soms bij de overschakeling van droog naar vers.
Verdere
ondersteuning bij EPI en verteringsproblemen:
- het
geven van gunstige micro-organismen, dus probiotica
- eenmaal
per 10 dagen vasten en rauwe pens met kruiden geven
|
- Afscheiding
van insuline in het bloed. Insuline is belangrijk voor het
bloedsuikergehalte onder controle te houden.
Wat
is de oorzaak van suikerziekte?
Er zijn twee
soorten:
a.
de
aangeboren suikerziekte type 1
b.
de
zogenaamde ‘ouderdomssuiker’, type 2.
Over de laatste
willen we het hebben. De naam ‘ouderdomssuiker’ moet veranderd
worden, want net zoals bij de mens, komt deze aandoening ook bij de
dieren op steeds jongere leeftijd voor. De oorzaak?......de verwerking
van granen in droogvoeders!!!
Hond en kat zijn
prooidiereters, ze zijn geen graaneters. Ze eten al helemaal geen
gedorst ‘rijp’ product, hooguit het gefermenteerde, groene en
onrijpe plantje in het maag/darm kanaal van hun prooidier. Laten
we zeggen: het is evolutionair nieuw om een hond of kat zoveel granen te
voeren. Dus hun
alvleesklier, die niet aangepast is aan het produceren van zoveel
insuline, raakt uitgeput. Tegelijkertijd wordt het lichaam ook nog
ongevoelig voor insuline, de zogenaamde insuline resistentie gaat
optreden.
Onze ervaring is dat bij suikerziekte patiënten die vers voer gaan
eten, de symptomen zoals veel drinken en plassen geleidelijk aan minder
worden. De bloedsuikerwaarden gaan ook dalen, maar later als het
verdwijnen van de symptomen. De insuline behoefte wordt minder en soms
hoeft er helemaal geen insuline meer gegeven te worden.
Door verse pancreas
te voeren kan bovenstaand proces versneld worden.
Verdere
ondersteuning bij suikerziekte:
- extra
organisch zink en chromium geven
|
Belangrijk!!!:
suikerpatiënten, die insuline gespoten krijgen en die op
bovengenoemde voeding overstappen, moeten met regelmatig bloedonderzoek
begeleid worden in verband met de kans op hypo’s.
Waarschijnlijk zal het aantal eenheden insuline verlaagd moeten worden.
Bespreek dit met uw dierenarts!!
De
bovenbeschreven dubbele ‘burn out’ van de alvleesklier ontstaat door
voedingsfouten. Door goede, diersoortspecifieke voeding te geven kunnen
deze fouten weer ongedaan gemaakt worden.
Dierenartsen
die dit lezen: maak uw patiënten sneller beter, maak uw klanten
eerder blij, wordt zelf meer tevreden als geneesheer, schaf
een diepvries aan en zet Carnibest Natuurvoer Pancreas in als therapie.
De therapie wordt
als volgt ingezet: Men verstrekt de hond gedurende 4 tot 6 weken alleen
Carnibest Natuurvoer Pancreas. Geef daarnaast geen extra’s of andere
voeding, alleen eventueel de bovengenoemde punten omtrent ondersteuning.
De eigenaar voert de ontlastingcontrole uit en rapporteert dit aan de
dierenarts. Als de werking goed is, dat wil zeggen dat de ontlasting
stevig is en donker van kleur wordt (dus niet meer grijs is), kan men na
deze weken de Carnibest Natuurvoer Pancreas deels gaan vervangen door
Carnibest Natuurvoer. Men begint met 1/3e deel Carnibest
Natuurvoer en 2/3e deel Carnibest Natuurvoer Pancreas in 1
maaltijd, het wordt dus gemengd door de eigenaar. De ontlasting wordt
door de eigenaar nauwlettend in de gaten gehouden. Indien deze goed
blijft kan men na 4 weken half Carnibest Natuurvoer en half Carnibest
Natuurvoer Pancreas gaan geven, ook weer door deze 2 soorten te mengen.
Zo kan men dit
opbouwen tot men eventueel volledig over kan gaan op Carnibest
Natuurvoer, doch dit alles in een tijdsbestek van ongeveer 6 maanden.
Honden die alsnog Carnibest Natuurvoer Pancreas nodig blijken te hebben,
kan men dit volledig blijven voeren of deels mengen indien dat ook het
gewenste resultaat geeft.
Valkenburg, 31 augustus 2007
Dierenartsenpraktijk
Biomentor
Drs.ing. W.C. de
Leeuw
www.biomentor.org
|