| kennelsyndroom |

| De meeste fokkers zoeken voor een hond die niet (meer)
inzetbaar is voor de fokkerij, een goed tehuis waar deze hond nog lekker
van de rest van zijn leven kan genieten. Hij maakt hiervoor weer plaats
voor een nieuwe hond bij de fokker, terwijl ze toch nog alle benodigde
aandacht krijgen. Gezien de grote vraag naar pups, is dit de enige
manier om de "markt" te voorzien van pups, gefokt door de
betere fokker, die ook vooral oog heeft voor de gezondheid en welzijn
van zijn eigen honden. Gelukkig zijn er veel mensen toch op zoek naar
een volwassen hond, waardoor deze honden inderdaad nog een goede baas
vinden. Maar hier komen ook de problemen aan het licht. Vele honden
blijken een kennelsyndroom te hebben. Ze hebben dus hun leven
grotendeels in een kennel doorgebracht, en hebben daarbij de nodige
aandacht niet gehad. De honden zijn geen normaal leven gewend en zijn
vaak bang voor alles wat om hen heen gebeurt. Ondanks dat iedere fokker
beweert zijn honden met regelmaat af te wisselen, zodat alle honden de
benodigde aandacht krijgen, blijkt het tegendeel toch helaas vaak waar
te zijn. Buiten deze problemen voor de volwassen hond, die natuurlijk al
erg genoeg zijn, is het ergste eigenlijk nog, dat deze honden wel
ingezet zijn voor de fokkerij. Indien een teef met een kennelsyndroom
pups krijgt, zal zij dit gedrag, met de daar bij behorende angsten, ook
aan de pups tonen. Voor pups heeft de moederhond een voorbeeld functie.
De pups zien dit gedrag bij de moeder en zullen dit als normaal
beschouwen. Helaas zijn er mensen die ervaring met een pup uit zo’n
teef. Ondanks alle pogingen deze hond volledig te
socialiseren, moesten constateren dat deze hond angst voor vreemde
mensen en geluiden bleef vertonen. Toen hij op 5 jarige leeftijd zijn
angst niet meer toonde door vluchtneigingen, maar door bijtgedrag,
hebben zij helaas afscheid van deze verder zo gezonde hond moeten nemen.
Dit was de moeilijkste beslissing die zij in hun leven hebben moeten
maken. Zorg ervoor dat u deze ellende bespaard blijft. Als u bij een
fokker op bezoek bent, zorg ervoor dat u alle honden kunt zien en
begroeten. Nu is iedere teef anders en het kan voorkomen dat een teef
die pas pups heeft, niet direct vreemden bij haar pups accepteert. Dit
is vaak niet van tevoren zichtbaar en een fokker komt er dan meestal ook
pas achter als de pups er eenmaal zijn. De fokker zal dan de teef even
apart zetten, zodat u toch de pups kunt zien. En nog veel belangrijker,
de pups kunnen zo wel aan vreemden mensen wennen, zonder dat ze het
slechte voorbeeld van de moeder zien. Maar hoe ziet u nu of deze teef
een kennelsyndroom heeft, of gewoon te beschermend is voor haar pups?
Als deze teef een kennelsyndroom heeft, zal ze ook zonder dat de pups in
de nabije aanwezigheid zijn (in een andere kamer is genoeg) nog angstig
of ander ongewenst gedrag vertonen. Is deze teef te beschermend voor
haar pups, zal zij indien de pups niet in de nabije aanwezigheid zijn, u
gewoon vriendelijk begroeten.
Dit brengt ons meteen weer naar het volgende probleem. Een jonge teef is vaak wat onzeker. Nu is het een bekend feit dat een teef meer zelfvertrouwen krijgt nadat ze een nest heeft gehad. Maar het fokken met een teef die onzeker is, doordat ze nog jong is, om haar meer zelfvertrouwen te laten krijgen, is eigenlijk de omgekeerde wereld. De teef moet eerst voldoende zelfvertrouwen hebben voordat er een nestje mee gefokt wordt. Op deze manier worden problemen als hierboven beschreven vaak voorkomen.
|